Iedereen wil graag dat zijn/haar hond smaakvol eet. Eten is een van de belangrijkste onderdelen van het leven. Een hongergevoel dat kennen we namelijk allemaal. Zonder eten kunnen wij niet voortbestaan. Wanneer men niet eet geeft het lichaam een signaal af. Maar hoe werkt dat nu precies bij de hond? Welke onderdelen in het lichaam spelen hierbij een rol? En wanneer krijgt een hond eetlust? In de onderstaande blog proberen wij uit te leggen hoe dit zit.
Hormonen spelen een belangrijke rol in het eetgedrag van jouw hond. Er zijn hormonen die juist de eetlust opwekken en er zijn hormonen die dit afremmen. De hersenen reageren op basis van welke signalen zij vanuit het lichaam krijgen en zorgen voor een juiste balans.
Er zijn veel verschillende hormonen en lichaamsprocessen betrokken bij deze balans. In figuur 1 worden twee van deze hormonen weergegeven. De een is verantwoordelijk voor het opwekken van de eetlust en de ander zorgt ervoor dat het lichaam een signaal krijgt wanneer er voldoende voedingsstoffen aanwezig zijn, waardoor de eetlust afneemt. Hieronder gaan wij uitleggen welke twee hormonen dit precies zijn, waar in het lichaam deze hormonen worden aangemaakt en wat nu zorgt dat het hongergevoel juist wel of niet geactiveerd wordt.
Figuur 1 Leptine en ghreline bij de hond
Meer eetlust door het hormoon ghreline
Eetlust wordt dus bepaald door de signalen die de hersenen krijgen van het lichaam. De maag geeft een van deze signalen af. Dit wordt gedaan door middel van het aanmaken van het hormoon ghreline (zie figuur 1). Ghreline wordt aangemaakt als de maag al een tijdje niets meer heeft binnengekregen of als het energieniveau in het lichaam laag is, en heeft dus invloed op het hongergevoel op korte termijn.
Als de maag (bijna) te leeg is geeft het via het bloed een signaal af aan de hersenen. Doordat ghreline ook invloed heeft op het samentrekken van de maag, kan het ervoor zorgen dat de maag van je hond rommelt wanneer hij/zij een hongergevoel heeft.
Ghreline speelt dus een belangrijke rol in het reguleren van de eetlust in het lichaam en het bewegen van de maag. Dat is niet het enige, het zorgt er onder andere ook voor dat de sappen worden afgegeven door de maag en alvleesklier, die nodig zijn om het voedsel te verteren.
Wanneer er wordt gegeten, neemt de hoeveelheid van dit hormoon af. De snelheid van deze daling is ook afhankelijk van de energieopname. Wanneer de energie weer wordt verbruikt door het lichaam en als een hond een tijdje niet heeft gegeten neemt de hoeveelheid ghreline weer toe.
Minder eetlust door het hormoon leptine
Een ander hormoon dat de eetlust van de hond kan beïnvloeden is leptine. Leptine zorgt voor een gevoel van verzadiging en heeft ook invloed op de hersenen: met name op het reguleren van de eetlust en het energieverbruik. Dit hormoon is een tegenpool van ghreline en werkt – in tegenstelling tot ghreline – voornamelijk op de lange termijn. Dat wil zeggen dat de energiebalans en het afremmen van het hongergevoel zo worden geregeld, dat er geen hongerprikkel wordt afgegeven als er geen extra energie (oftewel voeding) nodig is.
Dit wordt geregeld en geactiveerd via het witte vetweefsel, dat we onderhuids en rondom de organen vinden. Wanneer er een overmaat aan vetweefsel in het lichaam aanwezig is, dan geeft leptine een signaal af dat er voldoende energie aanwezig is, waardoor het hongergevoel afneemt (verzadigd gevoel). Het lichaam kan immers de eigen vetreserves aanspreken om zichzelf te blijven voorzien van energie. De hoeveelheid leptine in het lichaam staat dan ook rechtstreeks in verband met de hoeveelheid vet (hoe meer vet hoe meer leptine).
Ghreline en leptine houden elkaar dus in balans wat betreft het hongergevoel, zie figuur 2.
Figuur 2 Honger en verzadiging
Zoals hierboven beschreven wordt een hongergevoel grotendeels bepaald door allerlei interne, hormonale processen. Hiernaast spelen ook vele andere, externe factoren een rol bij zowel het aantrekkelijk vinden van eten als het beïnvloeden van de eetlust blijkt uit onderzoek. Denk hierbij aan:
Uiteraard zijn er naast deze externe factoren nog tal van andere redenen te bedenken waardoor een hond (een periode) niet goed eet. Zoals: het lijden aan gezondheidsproblemen, een verkeerde hoeveelheid voeding, voeding die over datum is, de samenstelling van de voeding, het geven van veel tussendoortjes, loopsheid bij de teef (of loopse teven in de buurt bij een intacte reu), bijwerkingen van medicatie, het hebben van een infectie, het lijden aan gebitsproblemen etc.
Tot slot zijn er nog een aantal specifieke redenen die een rol kunnen spelen op de (verminderde) eetlust van de oudere hond. Honden kunnen naarmate ze ouder worden bijvoorbeeld last krijgen van het verlies van reuk en smaak. Smaakbeleving kan daarnaast beïnvloed worden door een tekort van opname aan zink uit een voeding. Maar ook kan het afnemen van eetlust veroorzaakt worden doordat bepaalde hormonen, die een rol kunnen spelen bij het onderdrukken van eetlust, minder goed worden opgeruimd door de nieren.
Heb je een moeilijke eter in huis? In de blog Help mijn hond is een moeilijke eter lees je meer tips over dit onderwerp. Kom je er niet uit of heb je andere vragen naar aanleiding van deze blog? De voedingsdeskundigen van Farm Food denken graag met jou mee, zij kunnen op basis van jouw persoonlijke situatie adviseren. Het Farm Food voedingsteam is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag tussen 09:00 – 12:30 uur en 13:00 – 17:00 uur via 0548 22 72 92 of via de mail [email protected].